Van boer tot zaadbedrijf…en terug?
Al sinds het ontstaan van de landbouw kiezen mensen de beste planten uit om hun zaden te vermeerderen en later opnieuw uit te zaaien. Op die manier worden de gewassen doorheen de tijd sterker en beter bestand tegen ziekten en klimaatschommelingen. Lange tijd deden boeren die selectie en vermeerdering zelf, maar vanaf de eerste helft van de twintigste eeuw namen gespecialiseerde zaadbedrijven die taak steeds vaker op zich. Die bedrijven werken op grote schaal en zijn vooral gericht op efficiënte productie. Ze ontwikkelen zaden voor gewassen die overal ter wereld kunnen worden geteeld.
Het nadeel is dat zulke gewassen vaak alleen goed groeien met extra meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Daarnaast komt ook de diversiteit aan gewassen onder druk. Wanneer overal dezelfde uniforme rassen worden geteeld, verdwijnen traditionele, streekgebonden gewassen soms helemaal. Vanuit een hart voor biologische en lokale landbouw wil vzw Vitale Rassen de teeltselectie opnieuw in handen van de boeren leggen, zodat zij zaden kunnen oogsten en vermeerderen die de veerkracht hebben om mee te evolueren met de uitdagingen van vandaag.
Hoe de kiem van Vitale Rassen werd gelegd
Vzw Vitale Rassen groeide in 2019 uit het biologisch tuinbouwbedrijf Akelei in Schriek, dat al sinds 1982 actief is en een sterke reputatie opbouwde in het vermeerderen van zaden. Gaandeweg ontwikkelde Akelei een netwerk van biologische boeren die ook hun sterkste gewassen wilden selecteren om daarvan de zaden te vermeerderen.

Tegelijk nam de interesse toe bij tuinders die liever geen eigen zaden teelden, maar wel geïnteresseerd waren in de zaden van Akelei. Om aan die groeiende vraag te voldoen, werd binnen Akelei de vzw Vitale Rassen uitgebouwd. Dankzij deze structuur konden de geselecteerde zaden voortaan op een reglementaire manier op de markt worden gebracht. En precies daar begint het verhaal van teeltselectie, want om sterke zaden te kunnen aanbieden, moet een tuinder in het veld die planten kiezen waarvan hij of zij de eigenschappen wil doorgeven aan toekomstige generaties.

Positieve en negatieve selectie
Gewassen waaruit zaden worden geoogst en vermeerderd kunnen op twee manieren worden geselecteerd. De eerste methode is negatieve selectie: je laat alle planten op de akker staan en verwijdert alleen de exemplaren die niet voldoen aan jouw beeld van een goede plant. Dat kunnen ‘kommerplanten’ zijn die slecht gegroeid zijn, maar ook zieke of afwijkende gewassen. De tweede methode is positieve selectie. Daarbij kies je juist de planten met eigenschappen die je waardevol vindt om in volgende generaties terug te zien. Die selecteer je uit het veld en plant je opnieuw op een kleiner perceeltje. Daar kunnen ze verder groeien, zich verbinden met de grond en uiteindelijk tot bloei en zaadvorming komen.
Selectie als vakmanschap
Welke gewassen de tuinder uitkiest, wordt bepaald door de bodem, het klimaat, de eigenschappen van het gewas en de accenten die hij of zij belangrijk vindt. Elke keuze die de teler maakt, laat onvermijdelijk een persoonlijke stempel achter op het gewas. De selectie draagt dus altijd een stukje van de tuinder in zich. Precies dat ambachtelijke karakter maakt deze manier van werken zo bijzonder. Het draait niet in de eerste plaats om techniek, maar om ervaring, vakmanschap en het aandachtig kijken naar wat de gewassen tonen. Omdat de selectie zo sterk samenhangt met de lokale omstandigheden en de keuzes van de teler, zie je dat bedrijven die met eenzelfde variëteit werken na enkele jaren toch elk een andere selectie hebben opgebouwd
De selectie van de winterprei onder de loep
Bij Akelei wordt, naast vele andere teelten, ook de Mechelse blauwgroene winterprei vermeerderd en uitgeselecteerd. De geoogste zaden worden geschoond en komen dan bij Vitale Rassen terecht. Na een kwaliteitscontrole worden ze op de markt gebracht voor verkoop via webshops of biologische winkels. Het selectiemoment van de prei vindt plaats na de winterprik en op de wasplaats, zodat ook het deel van de prei dat normaal onder de grond zit goed beoordeeld kan worden.

Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld de overgang tussen de witte schacht van de prei en het wortelgedeelte: die moet mooi vloeiend aflopen, zodat de prei gemakkelijk te pellen is. Ook de neiging tot bolvorming onderaan de schacht is niet gewenst, want dat is een teken dat het gewas terug evolueert richting de oorspronkelijke oerprei. Daarnaast bekijkt de teler of de bladeren mooi rechtop groeien, want dit kenmerk laat machinale onkruidbeheersing gedurende een lange periode toe. Bij de traditionele Mechelse blauwgroene prei was de waaiervorm een typisch kenmerk van het gewas, naast een korte, dikke schacht. In het midden van de twintigste eeuw werd prei per vijf stuks samengebonden. Dat oogde mooi voor op de veiling. Vandaag ligt de prei in biowinkels meestal los in de kist, terwijl grootwarenhuizen ze voorverpakt aanbieden.

Teeltselectie voor een veerkrachtig landbouwsysteem
Met teeltselectie en zaadvermeerdering wil vzw Vitale Rassen bijdragen aan een veerkrachtig en duurzaam landbouwsysteem. Binnen een populatie wordt bewust een brede selectie van geschikte zaden vermeerderd, zodat verschillende genetische eigenschappen behouden blijven. Zo ontstaan gewassen met een brede genetische diversiteit. Die diversiteit maakt het gewas veerkrachtig: sommige planten kunnen goed tegen droogte, andere overleven gemakkelijker natte periodes, en weer andere zijn goed bestand tegen bepaalde ziekten. Bij sterke klimaatschommelingen of ziekte-uitbraken blijft daardoor altijd een deel van het gewas overeind, wat het landbouwsysteem als geheel weerbaarder maakt.
Meer info
Foto’s en bijdrage: Greet Lambrecht (Akelei, Schriek)