De herstellers van het Olens Radiomuseum
In het werkhuis van het Olens Radiomuseum herstellen ervaren technici oude lampenradio’s uit heel de wereld. Een van hen is Frans Van Bauwel. Hij volgde een opleiding tot elektricien en raakte al op jonge leeftijd geboeid door radio’s. Voor een elektricien zijn radio’s een ideale leerschool: ze leren je hoe componenten zoals weerstanden en transistoren functioneren en hoe je complexe technische schema’s moet lezen en begrijpen.
In 2016 werd Frans lid van de vzw van het Olens Radiomuseum. Aanvankelijk ondersteunde hij vooral de rondleidingen, maar vandaag vind je hem voornamelijk terug in het werkhuis van het museum, waar hij zijn expertise als elektricien volop kan inzetten. Het mooiste aspect van het herstellen van oude radio’s vindt Frans het contact met de klanten en het opnieuw tot leven brengen van een stukje familie-erfgoed, waar vaak heel wat herinneringen aan verbonden zijn.

Een inkijk in het Werkhuis van het Olens Radiomuseum.
Lampenradio’s
In het werkhuis van het museum worden uitsluitend lampenradio’s hersteld. Een lampenradio, ook wel buizenradio genoemd, gebruikt elektronenbuizen om radiosignalen te versterken en om te zetten in hoorbaar geluid. Omdat deze buizen lijken op gloeilampen, worden ze ook wel radiolampen genoemd. Lampenradio’s waren vooral populair van de jaren 1920 tot de jaren 1970. Daarna werden ze geleidelijk vervangen door transistorradio’s. Die werken met kleine elektronische onderdelen, transistors genoemd, in plaats van radiolampen.
In principe werken lampenradio’s op dezelfde manier als moderne transistorradio’s. Het grootste verschil is dat de lampen eerst moeten opwarmen. Een transistorradio speelt bijna meteen wanneer je hem aanzet, terwijl je bij een lampenradio soms drie tot vier minuten moet wachten. Door die warmteontwikkeling wordt ook de kast van de radio merkbaar warm. Daarnaast waren de vroegste lampenradio’s vaak groot en zwaar door de relatief grote radiolampen van die periode.

Tussen 1915 (links) en 1970 (rechts) zijn de radiolampen merkbaar kleiner geworden.
Het herstellen van lampenradio’s
In het werkhuis van het Olens Radiomuseum herstellen Frans en de andere vrijwilligers radio’s die niet meer spelen. Gemiddeld duurt zo’n herstelling vier uur, al kan dat per radio sterk verschillen. Bij het herstellen van een lampenradio moet je heel voorzichtig zijn. Omdat deze radio’s met hoge spanning werken, zijn ze gevaarlijker om te herstellen dan moderne transistorradio’s.
Het herstelproces begint met het opsporen van de oorzaak van het probleem. Frans doet dat aan de hand van het technische schema van het toestel. Dat is een technisch diagram dat de verschillende onderdelen van een radio toont en laat zien hoe het radiosignaal van de antenne tot bij de luidspreker loopt. Een radiohersteller moet deze schema’s goed kunnen lezen om te weten waar hij/zij de oorzaak van het probleem kan vinden.

Een technisch schema van een Schaub Lorenz-radio.
Daarnaast is ook kennis van de wet van Ohm belangrijk. Die wet beschrijft hoe spanning, stroom en weerstand met elkaar samenhangen. Ze maakt duidelijk dat er meer stroom loopt wanneer de spanning hoger is en minder stroom wanneer de weerstand groter is. Door die relatie te begrijpen, kan een hersteller beter inschatten waarom een radio niet meer correct werkt.
Als eerste controleert en vervangt Frans de radiolampen. Die raken na verloop van tijd uitgeput en zorgen er vaak voor dat een radio niet meer speelt. Het vervangen van zo’n lamp is relatief eenvoudig: de oude lamp wordt eruit gehaald en een nieuwe wordt erin gedraaid. Het Radiomuseum heeft ongeveer 3.000 radiolampen op voorraad. Het merendeel daarvan werd geschonken door lokale elektriciens die met pensioen gingen.
Als de radio dan nog niet speelt, meet Frans de spanningen in het toestel. Hij start met het uitgangsgedeelte van de radio. Met een meettoestel meet hij welke spanningen daar aanwezig zijn. Vervolgens vergelijkt hij die met de spanningen die volgens het schema normaal zouden moeten zijn. Zijn de gemeten waarden in orde, dan zit het probleem niet in dat deel en controleert Frans op dezelfde manier een volgend onderdeel van de radio.

Didactisch bord in het museum dat de werking van een lampenradio zichtbaar maakt aan de hand van een schema en originele componenten.
Vaak komt hij zo uit bij een defecte weerstand. Een weerstand is een klein elektronisch onderdeel dat de stroom in een radio afremt en meebepaalt hoeveel spanning er op een bepaald punt aanwezig is. Soms ontdekt Frans dat de gelijkrichter van de radio stuk is. Die zorgt ervoor dat de wisselstroom uit het stopcontact wordt omgezet in gelijkstroom, die de radio nodig heeft om te kunnen werken. Wanneer de weerstand of de gelijkrichter verouderd of beschadigd is, werkt de radio niet meer correct. Het vervangen ervan vraagt om vakmanschap, want er komt nauwkeurig soldeerwerk bij kijken.
Het opsporen van fouten in de spanning kan ook met behulp van een oscilloscoop. Dit meettoestel maakt elektrische signalen zichtbaar, zodat de hersteller kan controleren waar het signaal wordt verstoord.

Met een oscilloscoop kunnen elektrische signalen binnen de radio worden gevisualiseerd.
Verborgen schatten
Soms duiken er tijdens herstellingen leuke verrassingen op. Zo zat er ooit 500 Belgische frank verstopt onder een radio. “Waarschijnlijk om stiekem een pint te gaan drinken,” lacht Frans. “Want waarom zou je anders geld verstoppen in een radio?” Een andere keer vonden de herstellers zelfs een huwelijksfoto in een toestel. Hoe die daar precies terechtkwam, blijft een raadsel. Zo krijgen Frans en de andere herstellers in het Radiomuseum niet alleen schatten van radio’s binnen, maar soms ook echte schatten in de radio’s.
Meer info
Foto’s en bijdrage: Frans Van Bauwel
Tekst website Werkplaats Immaterieel Erfgoed
Gepubliceerd: 24/04/2026
Immaterieel erfgoed leeft en verandert mee met de gemeenschap. Wat je hierboven leest, is hoe deze praktijk er vandaag uitziet, maar tradities blijven groeien en veranderen. Heb jij andere verhalen of aanvullingen? Deel ze gerust met ons.